Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ringen, en van het inwendig vlies van het hart is reeds bij de beschrijving der klapvliesziekten gesproken. Wij vermelden hier nog alleen bij, dat deze zelfde verandering zich ook somtijds in het spierweefsel van het hart meer of minder uitgebreid als afzetting van kraakbeen- en beenplaten in het tusscnenspiercelweefsel der wanden vertoont, zoodat zelfs de vleeschkolommen soms een stalactietvormig uitzien hebben. De waarschijnlijk binnen in het ce wee se uitgescheidene kalkzouten brengen langzamerhand de spiervezelen tot vertering en verdringen de eigenlijke vieeschzelfstandigheid. Men heeft e grondvlakte van het hart, als met eenen beenachtigen ring omgeven de op de oppervlakte afgezette schijnvliezen verbeend gevonden. Kraakbeenvormingen in het hartezakje zijn zeldzamer dan de gelijknamige verandering in

VERSCHEURING VAN HET HART.

(RUPTÜRA CORDIS: CARDIORRHEXIS, CARDIOCLASIE, PIORRY).

Verg. de Literatuur bij Orro, pathol. Anat. Bd. I. S. 285, J. Frank, I. c. P. II. y0l I[ Stct. II. p. .88, en Copland , Encyclop. Wörterb. Bd. IV. S. 733. — Salzihann, D. de II w "'^tC ° SanffU'"C m Pericard- effns°- Argentor. 1731, in Hauer's Coll. Diss. pr T n r ; MmHSSE!'' D- de mrde rapto- Lips. 1764. _ A. Mdrraï, resp. Teng°-„de c0rdc ™f0- DP"»- 1788" - A- Oih, Mem. di una morte repentina, cafcionata della rottura del cuorc. Firenze, 1803. _ Pohl, D. de ruptnra oord. Lips. 1808

7 mTV n' Zr" r°UUra di CUOre" Ter°na' 1808" - Ros™> Journ. gén!

de Med. Jmll 18-0. p. ,2. - Kreïsig, 1. c. Bd. II. Abth. I. S. 443. — J. Frank ' P',: — Breschet, Répertoire général. T. III. P. II. p. 203. Dict. des sc'

Méd' "de 'd'fV l' 7" rJAMA™' 1 c' Bd" II: S' 104• ~ Oluvier, in Dictionn. de Med. -de edit. Anal. uber chronische Krankh. Bd. I. S. 457. _ Copland 1 c Bd IV

718> — Dezeimeris, in Arch. gén. de Méd. T. V. Serie II — Pipfauv L '

T. vin. <«.. _ ,himL> 1 z L,.

uiaelis Medici de quadam eordis dirnptione etc. in Novi eomment. aead. scient. Bonon. T II. Schhidt's Jahrb. Bd. XXIII. S. 587. _ J. TTOl, in Lo„d. méd. Ga, Vol XXI p. 813. Scbmidt s Jahrb. Bd. XXIII. S. 304. - Cruveilhier , in Anat. pathol. Iivr

S 92C"",M ^ J r1" jS' 3°6- ~ F°MES' C^P- tlebers. Bd. III"

i' „ V1"JIt 23. Se;a''en door Townsek» verzameld). _ Piorrï , Traitéde Méd. prat.

Vd II D 377 %' 'l ° M;diC' T" m- P" 369" ~ M°™> Compendium etc.

. II. p. o ,5. (Bevat eene volledige opgave van de bronnen aller bekend gemaakte gevallen naar de oorzaken gerangschikt;. — Hasse , Path. Anat. Bd. I. S. 185.

§ 307. Verscheuring van het hart is niet zoo heel zeldzaam de oorzaak van eenen plotse mgen dood. Gewoonlijk is zij de afloop van eene lang aanhoudende hartziekte, die somtijds reeds een tijd lang ziekelijke verschijnselen te weeg bragt, of ook wel verborgen was gebleven, dikwijls is de verscheuring een uitwerksel van uitwendige gewelddadigheid.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 308. Het veelvuldigs! is de zelfstandigheid van de linker hartkamer, de

der spiervezden^tóe.110RaY ^ ZeIJzaamheld der hartluberkels aan het gedrongen weefsel

Sluiten