Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zitplaats der Terscheuring en veelvuldiger de grondvlakte of het midden, dan de spits der kamer. Zeldzamer nog dan de regter kamer scheuren de betrekkelijk dunne hartboezems. De broosheid der zelfstandigheid schijnt de verscheuring veel meer te begunstigen, dan hare verdunning; hjpertrophische harten scheuren in veel grooter aantal, dan verwijde, al heeft de verwijding ook eenen zeer hoogen graad bereikt (1). De verscheuring neemt de geheele dikte der hartzelfstandigheid in, of zij is gedeeltelijk, enkel de uitwendige spiervezelen , enkele kolommen, klapvliesgedeelten zijn verscheurd. De scheur is verschillend van grootte, dwars, langwerpig (2), schuin, somtijds gekromd, zoodat de uit- en inwendige opening niet in eene regte rigting met elkander gemeenschap oefenen; dikwijls is de uitwendige scheur grooter dan de inwendige; de randen zijn glad als afgeknipt, of franjeachtig, ongelijk, naar gelang vóór de verscheuring het weefsel van het hart onveranderd of reeds ontaard was. De scheur kan zich van de grondvlakte tot aan de spits uitstrekken. In zeldzame gevallen vindt men twee en meer scheuren in hetzelfde hart. De randen van de scheur zijn met gestold bloed bedekt; het hartezakje, wanneer het niet met het hart vergroeid is, bevat vloeibaar en gestold bloed; de groote vaten zijn bloedledig.

Verschijnselen.

§ 309. Meestal heeft de dood plotseling plaats" op het oogenblik van de verscheuring, hetzij dat verschijnselen van hartziekte lang voorafgegaan, hetzij dat zij nimmer vermoed zijn. Zelden leven de zieken nog een paar uren; waar de dood eerst later (na 10—24 uren) plaats greep, heeft waarschijnlijk de verscheuring niet op eens, maar langzamerhand de geheele dikte der hartzelfstandigheid ingenomen. De zieken gevoelen plotseling den onuitsprekelijksten doodsangst en eene vreeselijke pijn onder het borstbeen, die zich soms in den linker schouder, in den linker arm, in de geheele linker zijde uitstrekt; de pols is hoogst zwak, klein, verdwijnt onder den vinger, is onregelmatig t zoo ook de hartslag, krachteloosheid in den hoogsten graad, hippocratische gelaatstrekken , koude der ledematen , braken ; eindelijk flaauwte en dood, soms na voorafgaande stuipachtige bewegingen.

§ 310. Gedeeltelijke verscheuring der klapvliezen eindigt niet zoo snel

(1) Volgens Pigealx kwamen 44 verscheuringen in de linker, 2 in de regter kamer, 1 in den linker en 1 in den regter boezem voor. Onder 49 door Oluviek verzamelde gevallen nam de versclienring slechts 9 maal de spits in. Wanneer men de gevallen uitzoekt, waarin uitwendig geweld de oorzaak der beleediging was, dan blijkt het, dat in de laatste gevallen meestal de regter kamer gebarsten is , omdat deze bet eerst en sterker door de beleedigende oorzaak getroffen wordt. Atheromata, zweren, kraakbeen- en beenachtige veranderingen van het hart, die dikwijls de verscheuring voorafgaan, hebben meest hunne zitplaats in de linker helft van het hart.

(2) In 36 gevallen was de langste afmeting van de scheur evenwijdig met de voornaamste vezelen der hartspier en slechts 15 maal vond men de vezelen in.de dwarse rigting verscheurd. Hieruit besluit Pigeadx, dat de verscheuring in de meeste gevallen van eenen passiven aard is geweest en gedurende de uitzetting heeft plaats gehad (Verg. Hasse , t. a. p. S. 186). Maar dat juist de dikste plaatsen der hartwanden het veelvuldigst scheuren, schijnt toch niet anders verklaarbaar te zijn, dan wanneer men de zamentrekking vóór het oogenblik der verscheuring aanneemt.

Sluiten