Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenvoudige hartklopping door stoornis der verrigting.

Het natuurkundig onderzoek door de percussie, meting, auscultatie laat geene vergrooting, verwijding van het hart, geen klapvliesgebreken ontdekken.

De aanvallen van hartklopping vertoonen zich bij volkomene rust des lijders, dikwijls door gemoedsbewegingen of andere op het zenuwstelsel werkende invloeden opgewekt, en verdwijnen dikwijls bij eene matige beweging in de vrije lucht, onder het gebruik van prikkelende middelen.

Gemeenlijk laat de oorsprong der hartkloppingen zich uit den algemeenen toestand des ligchaams verklaren; mg,ar alle andere verschijnselen van plaatselijke ziekte van het hart ontbreken.

In de tusschentijden is de zieke meestal geheel vrij van de teekenen van gestoorde werking van het hart.

Hartklopping door organische veranderingen in het hart.

De natuurkundige manieren van onderzoek der hartstreek leveren stellige teekenen op, waaraan men de organische veranderingen van dit deel met zekerheid kan herkennen.

Hevige ligchaamsbewegingen vermeerderen de hartkloppingen; deze worden matiger, wanneer de zieke eene horizontale ligging aanneemt of geheel rust houdt; al wat prikkelt of verhit verergert den ziekelijken toestand.

Hier openbaart zich de stoornis in het werktuigelijke der werking van het hart ook in verschijnselen van gestoorden bloedsomloop in de longen, in de belemmering van den aderlijken bloedsomloop, zuchtige zwelling'enz.

Hier ontbreken vrije tusschentijden; de natuurkundige teekenen der hartziekte duren voort.

§ 351. Wij hebben hier de uitersten afgeschilderd en de onderscheiding schijnt dus voor alle gevallen stellig te zijn bepaald. Maar aan het ziekbed gaat het helaas ! anders toe; al kan men ook toegeven , dat sinds de invoering van meer naauwkeurige diagnostische hulpmiddelen de herkenning der ware en symptomatische hartkloppingen in zekerheid heeft gewonnen, is het niet minder waar, dat men er nog ver af is, van alle moeijelijkheden te hebben overwonnen. De tusschentijden tusschen de aanvallen van zenuwachtige hartkloppingen zijn niet altijd zuiver, dikwijls bestaat blaasbalggeruisch , dyspnoea, zelfs zuchtige zwelling enz. voort, — ook zijn in de organische veranderingen niet alle verschijnselen blijvend, deze keeren ook soms periodiek met grootere hevigheid terug en laten weder na. Eindelijk heeft de ondervinding geleerd, dat zeer vaak alle onbetwijfelbaar schijnende teekenen van een voor de kunst ongenaakbaar organisch gebrek in het hart aanwezig zijn en desniettemin eene onverwachte genezing kan verkregen worden. Wij kunnen in dit opzigt den aanstaanden geneesheer tot heil van zijne praktijk niet genoeg op het hart drukken, om zich met een kort maar voortreffelijk opstel van Hdfeland, over «hartziekten, die niet in het hart zijn gezeteld" (in zijn Journal, Bd. LIV. St. I. S. 10) bekend te maken; het bevat den gulden regel, dat men in alle gevallen van hartziekte deze het eerst als sympathische of symptomatische aandoeningen moet beschouwen, en ze eerst langs eenen middelbaren weg, d. i. door eene tegen de verwijderde oorzaken gerigte behandeling trachten weg te nemen; men zal dan veel gelukkiger zijn in de behandeling dezer ziekten.

Sluiten