Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ 390. De eerst noodige middelen zijn: prikkeling der peripherische zenuwen , kunstmatige ondersteuning en opwekking der ademhalingsverrigting, electriciteit.

De weldadigste prikkel van den omtrek des ligchaams is de uitwendige warmte; men legt kruiken met heet water gevuld, heetgemaakte baksteenen aan de zijden, op de ruggegraat, aan de voeten van den schijndoode, warme doeken of met warm water gevulde blazen op den hartkuil. Een warm bad is niet raadzaam, omdat daardoor de heilzame wisselwerking tusschen de huid en den dampkring wordt opgeheven. Om dezelfde reden zijn warrre zand-, aschbaden verwerpelijk. Men wrijft de voetzolen, de ledematen, den hartkuil, de ruggegraat met warme flanellen doeken of met harde vleeschborstels. In Holland en Arabië wrijft men de drenkelingen met fijn tot poeder gebragt zout in , dat de op de huid zittende vochten spoedig opslorpt, vermeerderde warmte en tegelijk eene rijkelijke wrijving te weeg brengt (Masm). Men prikkelt het slijmvlies van den neus door het ruiken aan ammonia, azijnzuur, aether, wrijft geestrijke, aromatieke vloeistoffen in de huid in, kittelt de voetzolen, de fijne huid van de lippen, van den neus, het lelletje. Ook heeft men lavementen met zout, azijnwater enz. aanbevolen. Al deze prikkels moeten met matiging worden aangewend.

397. Het ademhalingsbedrijf zoekt men door uitwendige aan de borst medegedeelde bewegingen en door luchtinblazen aan den gang te maken. Men drukt de onderste onware ribben van de zijden af naar boven, en wendt te gelijk eene ligte drukking op den onderbuik in de rigting naar het middelrif toe aan j daardoor wordt deze spier in de borst naar boven gedrongen; laat men met de drukking na, dan volgen de ribben hare veer» kracht, en terwijl het middelrif zich weder naar beneden begeeft, stroomt, ten gevolge van deze kunstmatig bewerkte uitzetting der ruimte, een weinig lucht in de luchtbuizen. Deze handgreep wordt in korte tusschenruimten herhaald; om hem werkzamer te maken, laat men de zamendrukking somwijlen stootsgewijs, bij rukken aan de zijden onder de beide okselholten werken. Lerot raadt tot hetzelfde einde een 18hoofdig verband aan; welks vereenigd middelstuk men onder de ruggegraat legt, de hoofden over de borstkas kruist, en waarmede men bij afwisseling zamendrukking en verslapping ongeveer 25malen in de minuut zou moeten uitoefenen; zak- of handdoeken laten zich daartoe gebruiken, waar zulk een verband ontbreekt.

$ 498. Het luchtinblazen heeft verdedigers en tegenpartijders; dat het een hoogst werkzaam middel is, daarvoor spreken gevallen (Portal), waarin het luchtinblazen alleen tot redding voldoende was. Alleen is de manier van het inblazen niet onverschillig. Men legt 1) den mond op den mond van den schijndoode en blaast op die wijze lucht in; deze handelwijze is zacht, maar men brengt tegen haar de reeds boven beschrevene aanmerking in, dat op deze wijze geene zuivere dampkrings-, maar eene uitgeademde, van minder zuurstof voorziene lucht in de long gedreven wordt; eene andere tegenwerping zou kunnen zijn , dat het strotklepje dikwijls nedergedrukt of de strotspleet gesloten is, en de op deze wijze ingeblazene lucht volstrekt niet in de luchtpijp komt. Eene tweede handelwijze bestaat daarin 2) dat men eene buis door den mond in de strotspleet en ,de luchtpijp brengt, en met eenen aan de buis aangepasten blaasbalglucht in de luchtbuizen drijft. Leroy's

Sluiten