is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schilderen, het eèn of het ander, want beide gelijktijdig kon niet. Tegen tien uur was een model gekomen. Hij had hem weggestuurd; die zou hem toch tot ergenis geweest zijn zoo'n geheelen morgen lang; hij bleef nog wat rondloopen in zijn atelier, ging op den divan liggen, en rookte gedurig. Het werd middag; even, in een oogenblik van hervonden kracht, was hij boos op zichzelven, dat hij het model had weggestuurd, nam hij zich voor, hem na koffiedrinken te gaan halen voor den middag; hij wilde werken. Een vaag gevoel van onrust kwelde hem; het leek hem, dat hij weer op een keerpunt stond, dat hij weder passief geworden was als voor eenige maanden, en een laatst verzet kwam in hem. Als hij koffie had gedronken, was hij de straat opgeloopen, had het model, een straatventer, dien hij steeds op een of ander plein kon vinden, gezien, had eens besluiteloos om hem heen geloopen tot de man hem bemerkt en gegroet had. Toen was hij verder gegaan. Ook was hij Frans tegengekomen, had een eindje met hem opgeloopen, hem verteld van zijn ontmoeting, en dat hij dien avond met haar naar de opera ging, dus niet bij hem kon komen. Frans had eens met het hoofd geschud. Henk was, toen Frans weg was, verwonderd geweest dat hij hem dat van de opera gezegd had; misschien ging hij niet eens.

Hij had nog het museum in willen loopen om het schilderij te zien, dat voor zijn gevoel als een talisman was. Wanneer hij er aankwam, was het museum gesloten; een onheil scheen hem dit. Toen was hij naar een koffiehuis gegaan, waar hij geruimen tijd gezeten had, en, wederom tehuis, had hij zorgzaam zijn kleeren afgeborsteld, zich geschoren, en, in den spiegel ziend, tot zichzelven gezegd: „Laat ik goed mijn gezicht onthouden zooals het nu is; het is het gezicht van een dommen jongen, die, in een ernstig moment van zijn leven, voor de keus gesteld tusschen goed en kwaad, het kwade heeft gekozen." Dan had hij, knikkend tot het beeld in den spiegel, bevonden, dat hij er zeer behoorlijk uitzag om dien avond naar de opera te gaan met een zoo goed gekleede vrouw als Riek. Een geruime poos was hij nog voor den spiegel blijven zitten, dwaze gezichten