is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geloof wel, dat er veel in die twee menschen is wat ik niet begrijp, maar ik weet van hun mooie leven, en ik zie hun geluk, en dan is er iets gebeurend in mij, ik weet niet wat; er leven stemmingen in je, die niet goed in woorden te omschrijven zijn, woorden zijn slechts koele dingen, klanken of letters, die een begrip niet gansch verbeelden, maar slechts benaderen kunnen; ik zou zeggen: wat ik dan gevoel, lijkt het meest op nijd. Niet dat ik hun hun geluk misgunnen zou, maar ik begeer dan een even groot geluk voor mijzelven. Dit is: het volkomen elkaar begrijpen tusschen een man en een vrouw, want dat is het wonderbare, waaruit zulk een heerlijk leven wordt opgebouwd. Ik zoek de vrouw, die van mij de vervollediging wezen zou en ik van haar. Frans is een goed mensch, de vrouw die zijn vervollediging is, was ook steeds zulk eene, maar zoo'n rein wezen zou nooit met mij een eenheid kunnen vormen; dus deze zoek ik niet, want zij zou mij minachten. Wellicht ook niet, maar dan zou ik toch mijzelven minachten om de misleiding, die er steken zoude in mijn verlangen tot eenwording met zulk een zuivere vrouw, een hoon zou dit gelijken die ik de prachtige meisjesonschuld aandeed. Ook in den kring der zielloos brave meisjes zoek ik niet; daar is de begeerte^ te zeer heerschend naar zuiver stoffelijke dingen, en het eemge wat ideëel lijkt, hun godsdienst, is ook nog niet tot schooner wasdom gekomen dan een zelfzuchtigheidje: hunkering naar een belooning na hun leven voor wat zij in dat leven bedreven hebben wat hun deugd gelijkt. Die deugd zelve is meestentijds een masker, dat veel verheelt. Ik wil die schijndeugd niet, die gebrek aan moed en een leugen is, ik wil een vrouw, die, al mogen wie haar kennen haar een schaamtelooze noemen, toch in zich het onzegbaar schoone van ware onschuld draagt. En dat kan! De daden van een mensch zijn soms als een geheel uiterlijk bedrijven, dat op de ziel geen schaduw van zonde laat; die ziel kan soms haar blanke ongerepte pracht hebben bewaard. Er leven menschen (er zijn er niet veel, maar, bij God, ze zijn er,) die om hun gedrag door de anderen worden uitgeworpen, en wier innerlijk toch veel schooner is dan van al deze anderen. Het leven is als

M