is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den en meisjes, die hij kende, met de in vroolijkheid ververvlogen uren in kroegen, toch, bij beter zien, zooals hij nu deed, niet een vreugdelooze leegte geweest?-Was hij niet al die jaren reeds als een dolende vagebond ? Een eenzaam reizend man in het landschap van zijn leven? Waartoe had hij brood gegeten, en waartoe had hij gedronken en gerookt, waartoe had hij gewaakt in de dagen en geslapen in de nachten? Hij had gemokt en hij had gelachen, hij had gesproken en gezwegen, hij had het dwaze tooneelspel van zijn leven gespeeld. Waartoe? Was het niet alles nutteloos? Alles? Ja, ook zijn kunst leek hem een dwaasheid in deze gevoelssfeer; immers, was deze niet eer een last geweest voor zijn vroegoude lichaam, zooals ze zijn oogen en handen bezwaarde, zijn geest verloomde menigmaal tot volkomen inertie ? Was alle kunst niet onvoldragen, indien ze niet zoetjes uit je groeide, niet tot rijpen rijkdom wies in de koestering van beminde oogen? De twee nabije oogen, wanneer je arbeidde ? Hij wist de vrouw, wier kijken als een zegen was ; hy had haar gevonden, de anderen hadden het niet gezien; hij had haar oogen gevonden temidden van vele duizenden, en bespeurd hoe zij lichtzinnig lachten, doch in datzelfde oogenblik had hij ook begrepen, dat er een andere in haar woonde, die haar zoo lachen deed, en dat zijzelve nog een kind was. Hij had haar gevonden, en moest nu trachten haar te behouden, want zonder haar was hij niets, werd hij weder de doellooze man van voorheen. Zijn huis had hem dien ganschen morgen als eene groote verlatenheid geschenen, zijn handen en zijn blikken waren als schuwe wezens heengedwaald van zijn arbeid, zijn geest was onwillig tot werken, peinsde en peinsde weer; die wachtte haar. En nu was zij gekomen, stond ze als een fijne ranke boom daar in zijn kamer, een heide, vol dorre eenzaamheid eens.

Hij stapt nu langzaam op haar toe.

Zij heeft een koord van het gordijn genomen en vangt aan daarmede te spelen.

Vlak bij haar op een vouwstoel neemt hij plaats, en bedenkt, dit doend, dat hij nog wat bleek ziet, bleeker dan gewoonlijk.

Goed en Kwaad. I. lI