is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vond, vind ik nu verkeerd, wat ik toen malligheid vond, lijkt me nu mooi en verstandig en goed. Duidelijker zou ik het niet kunnen zeggen, maar het is of ik anders kijk, anders voel, anders denk, anders waardeer, anders wil dan voor ik jou kende. Ik had niet gedacht, dat ik, die altijd zoo zelfstandig, zoo onafhankelijk meende te zijn, zoo om kon keeren, zoo onder den invloed van ander denken dan het mijne komen, maar het is zoo.

— En zou je meenen, dat zooals je de dingen nu ziet, dat dit béter is?

— Ja, ik geloof dat stellig.

— Is er nog een andere gedachte in je gekomen, die je zou kunnen uitspreken?

— Ik weet het niet, ik weet het niet.

— Met betrekking tot mij ?

— Ik weet het niet.

— Denk je goed of slecht over mij ?

— Natuurlijk goed.

— Heel goed?

— Ja, heel goed.

— Nu zwijgen beiden, zien voor zich uit. Maar dan, ineens, treffen hun blikken elkander, en het lijkt of er nu geen woorden mogen komen, want dat die het geluk van hun kijken breken zouden met hun dwazen klank, dat die woorden hier in hun geluidlooze oogenaandacht doen zouden als stappen van een lompen man, een heiligschennis, in de stilte eener cathedraal.

Een geruime poos zitten ze zoo zwijgend. Dat is: de monden spreken niet, maar zij gaven hun taak aan de oogen, die verhalen van hun bevreemding, bevreemding om eigen ziel, welke zoo ineens was omgewend.

Henk breekt eindelijk de stilte; zijn stem doet voorzichtig, gelijk een hand, die in den schemer tasten zoude. — Riek, zegt hij, — ik ga je iets zeggen. Weet je wat dit zijn zal?

Ze ziet hem aan, even. — Ja, zegt ze dan.

— Weet je het zeker? doet zijn mond behoedzaam.

— Ja, antwoordt Riek, — geloof je mij niet? Wil ik het zeggen?