is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zweeg nog altijd; een diepe verbazing verdrong elke andere emotie. Zij keek wederom op haar horloge. — Zeg ja, of zeg neen. Anders wensch ik niets, en dan kan je weer gaan; je bent zoo verstandig geweest, me geen verwijten meer te doen; wees vooral ook zoo verstandig geen teederheden te beginnen, zooals je daareven aan de deur verzonnen heb om te worden toegelaten. (Men heeft me dat alles overgebracht.) Ik verlang niets anders van je dan „ja" of „neen", en dat je daarna dadelijk heengaat.

— Neen, ik wil niet, zei ik, zonder een oogenblik na te denken.

— Goed, ga dan, het is tijd.

— Ik wil zulk geld niet meer van mijn moeder, dan is het me nog liever van mezèlf.

— Je zult nog dikwijls in je leven aan me denken.

— Niet meer dan jij aan mij.

— Ik heb het goede met je voorgehad. Maar ga nu weg, het is tijd.

Ze belde. — Jessie, laat de juffrouw uit, beval ze het meisje, dat binnenkwam. Ik keek haar nog even aan, ik zag, hoe ze het fijne kanten zakdoekje weer naar haar oogen bracht, evenals dien avond op mijn kamer, en zoo waarachtig als er een God is: weer zag ik twee heel groote tranen uit haar oogen komen. — Ze bemerkte, dat ik het zag, en deed als wuifde ze schertsend met den zakdoek. „Adieu" riep ze lachend. Toen volgde ik het meisje. Eerst buiten kwam ik eenigszins tot bezinning. Wat ik je nu verteld heb, is omstreeks tien jaar geleden, maar nooit na dien dag heb ik mijn moeder teruggezien.

Henk blijft, wanneer het verhaal teneinde is, zwijgend zitten. Ook Riek blijft zwijgen.

Na een geruime poos, hem aanziend, zegt ze: Ik ben

heèl slecht, Henk.

— Ik hou van je, antwoordt hij met een zachte stem.

— Ik heb mijn moeder geweigerd, weer een beter leven te beginnen.

— Ik hou van je.

— Zoo ik ernstig gewild had, was ik wellicht niet slecht