is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch, tusschenbeiden vind ik dat ook weer onzinnig; als wij nu nooit eens iets doorzetten, steeds maar zeggend: „Laat alles over mij komen wat komen moet," waartoe zou dat leiden ? Het is gemakkelijk je op deze wijze van daden af te maken, je wilzwakte te verbergen achter een theorie; je kunt nergens iets aan doen, je wordt geleefd, je bent als een voetbal die heen en weer getrapt wordt tot hij door de goal heen is. Je laat wat met je sollen, je bent een ding, hebt geen beduiding als denkend wezen.

Dan Frans:

— Ik denk wel eens: met welk recht meten wij de natuur van anderen naar onze eigene af? Wij zijn nu eenmaal rustig levende menschen, mijn aard is ook hartstochtelijk, maar ik heb nu eenmaal de kracht, van God of van het lot of van wien of wat dan ook, om mezelven te beheerschen. Maar als ik of wij die kracht nu niet hadden, als we eens dronkaards of wellustelingen of spelers waren ? Dat is toch denkbaar. Neem Karei nu eens. Ik weet niet of dit bij hem zoo is, (ik geloof dat niet,) maar je kunt je toch wel voorstellen, dat zulk een zóo is tengevolge van zijn levensbeschouwing; dat zoo iemand zegt: „het leven is een dom, nutteloos ding, een flauwe klucht, waaraan niets degelijks te vinden is; het best lijkt mij nog, naar genot te zoeken; dat is nog het eenige wat voor mij aan het leven waarde verleent." En dat zoo'n vent eindelijk een gewetenlooze ploert wordt. Dat kan ik me ook denken.

— Maar dan maakt zoo iemand zichzelven toch zoo, omdat hij zoo wezen wil, meent Marie, — hij is dan geen geboren ploert, maar wil er een zijn, omdat dit van alles het eenige is wat hem nog bevredigt op de wereld.

— Dit is al naardat je het neemt. Je zoudt ook weer kunnen zeggen: zijn aanleg is zoo; het lot brengt hem op een zekeren leeftijd die levensbeschouwing om hem murw te krijgen voor zijn grooten wil; die levensbeschouwing is dan slechts de weg, waarlangs het lot naar zijn doel gaat. De aard van de menschen, de omstandigheden waaronder zij leven, dat is hun lot. „Indien mijn driften niet goed voor me zijn, waarom ben ik er dan mee ge-