is toegevoegd aan je favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soms een duif, maar menigmaal ook een arend is. Ik zegdit nu zoo, maar ik weet niet of dit alles wel mijn overtuiging is. Ik voel alleen veel voor het goed recht van menschen, die zoo spreken. Mij lijkt het alles heel mal. Nu eens meen ik de waarheid te vinden in het eene, dan in het andere, dat daar de absolute tegenstelling van is.

— Weet je niet meer, doet Marie ernstig, — hoe we wel eens als hoogste denkbeeld van het leven dit noemden: een korten beschikbaren tijd om naar het goéde te zoeken ? Herinner je je niet meer, hoe wij menigmaal gesproken hebben over den begrensden kijkkring der menschen ? Hoe een aardsch wezen slechts dat zien kan, waartoe zijn gezichtskracht, zijn geestelijke gezichtskracht, hem in staat stelt? En dat het een verwaandheid is van de menschen, — een verwaandheid te grooter, naarmate hun vernuft kleiner is, — te meenen dat zij alles zien zouden, zuiver, in ganschen omvang zien zouden, wat bestaat? Als kon er niets aan den zwakken blik van een mensch ontgaan? En weet je nog van ons gesprek over de dingen, die wij nooit te weten kunnen komen? En, hoe we toen tot elkander zeiden, dat een mensch, — dobberende sloep in de oneindigheid der heelalgedachten, — toch wel een roer mocht hebben, een roer, dat hem koers kan geven, een vasten koers door die verdwazend groote oceaan? En vonden we toen een gebrekkig roer niet beter dan heel geen? Leek ons de onbeholpenste vastheid in meening niet beter dan negatie? En zijn we, dit bedenkend, in later tijd niet teruggekomen, tot wat wij als dom en ouderwetsch verworpen hadden in onze eerste jaren van denken: meeningen, die wel niet gansch volmaakt zijn, maar toch tenminste een richting aan ons leven geven kunnen ? Hebben wij het verwerpen van de heerschende ethiek niet eens „jongensluimen" genoemd, en leek ons negatie geen je-ervan-afmaken, geen cynisch doen, als van een, die niets verstaat en dit verbergt achter zijn spot met lieden, die wèl iets kunnen, achter geringschatting van hun arbeid, die beter dan al ons praten is: een daad ? Beduidt de samenleving niets ? Het geluk der gemeenschap niets? Is de wetgever, die,