is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het is dus de nijd der menschen, die hem daar niet in de hoogte, ver boven hen uit, dulden kan; hij moet omlaag". Hij is slechts een mensch als zij; wat behoeft hij zich te verheffen? Een theorie van onzen tijd verhevigt dezen drang tot nivelleeren, die het volk eigen is: wij zijn gelijken, beweert men. Zij zwijgt even, dan zegt ze: We zijn uitgegaan van het al of niet bezitten eener overtuiging, en dit gesteld tegenover negatie van al het verworvene. Ik geloof, dat een meening over goed en kwaad, die uit den aard voor een deel onjuist zal zijn, toch als levensovertuiging bestaansrecht heeft, en te verkiezen is boven het dwalen zonder gids, want daaraan is het verder leven van den man zonder overtuiging gelijk.

_ Ik weet dit alles nog heel wel, vrouw, doet Frans glimlachend, — maar wij zijn zoèkers, heb je gezegd. Zoo is het. Maar wie zoekt, heeft de kans veel verschillende dingen te vinden, en, hij moge reeds bij eerste aanzien enkele dezer dingen de moeite van het oprapen niet waard achten, de meeste neemt hij in de hand, betast ze, keurt ze met de oogen, en als hij dit gedaan heeft, werpt hij ze weg, of draagt ze met zich verder. Het wil ook wel gebeuren, dat hij later de behouden voorwerpen, bij beter beschouwen, waardeloos vindt, ze wegwerpt, en terugkeert op zijn schreden om te zoeken naar de geringgeschatte dingen, die hij weggeworpen heeft, want zijn herinnering heeft toch aan dat versmade iets beters gevonden dan aan wat zijn dwaze hand behouden had. Zoo gaat het ook mij; ik vind aldoor iets anders, dat mij beter of minder lijkt dan het voordien gevondene, en ik twijfel wat ik behouden zal. Alleen: mij lijkt het verstandigst, niets meer te versmaden, alles bijeen te garen; wellicht vindt mijn oog, dat niet in staat is, steeds bij een énkel ding diens waarde te onderkennen, uit die veelheid door stage vergelijking het goede. Wellicht ben ik beginselloos, en zonder overtuiging ; ik kan hier niets aan veranderen; mij lijkt mijn doen goed. Zoo kan je het ook bezien.

— Maar het is toch ook weer zoo stelselloos, zegt Marie, — er is te weinig houvast aan, en dat zou ik wenschen.