is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Tille, zei hij. gedempt,Tille, mijn kind.

— Vader, arm vaderken !

— Moeder wou niet !... zij wil niet dat gij haar nog zien zult !...

Moeder was zoo goed, zoo goed, zij zag ons zoo gaarne.

En Tille knielde bij het lijk van moeder niet. + +

Nu was moeder weggedragen naar het kerkhof.

In de herberg hoorde zij Line en een werkvrouw alles aan kant zetten. Door de open ramen drongen de straatgeruchten binnen. Zij voelde zich doodmoe na de drie slapelooze nachten, als vernietigd door het verdriet. Met het hoofd in de armen lag zij op de tafel gebogen. Soms doorschokte haar de smart in geweldige uitbarsting, om weer stillekens te vergaan in droef gesnik.

De kamer was ongezellig en vreemd, en tevens zoo bekend. Het scheen alles nauwer en kleiner dan in de kinderjaren. Het behangsel met donkerroode bloemen op geel-grijzen grond, waarop de kinderfantasie eens allerlei wonderlijke figuren had getooverd, was verkleurd en stroef. Het opgetuigd zeilschip en de parelmoerkleurige schelpen op de kast schenen stofferig en leelijk,