is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richt meer ontvangen. In de kinderjaren reeds gescheiden, waren zij toch vreemden geworden. Haast vierenveertig jaar was hij weg uit zijn land, hij werd nu zeven-en-vijftig, en van een bezoek was nooit iets gekomen. Het vaderland is daar waar men zijn brood verdient, verzekerde hij, zat dan weer droomend te staroogen.

En de dagen slopen voorbij. Er werd geen vuur gemaakt,en 's avonds was het soms erg killig in huis. Dan dronken de huisgenooten een warmen grog. Tille vond het bijzonder lekker, het gloeide zóó in het lijf, het rook zóó dat het water in den mond kwam,en het verdreef de zwartgallige gepeinzen. Men sliep dan als een roosken. Eindelijk bleek het weer te veranderen. Zekeren morgen, einde Juni, scheen de zon. De lucht zat nog wel vol wolkenbanken, maar het blauw was diep en helder. Zwoel woog de lucht, die Tille aan haar open venster inademde. Het straatgerucht klonk blijer, de vrouwen liepen in lichte jurkjes, de apotheker stond weer aan zijn deurpost de onvermijdelijke, steenen pijp te rooken. Het leven was weer mooier.

Neuriënd kwam zij beneden, bab-