is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen nadenken. Wat raar volk, goed en gedienstig, zij hielden van haar, maar 't was toch grof van Mitje zoo onverbloemd over Walt...

Verlichte trams schoten haar tjingelend voorbij, meteen groot lichtoog op den voorkant. De schemering aarzelde, aan het Westen zat de lucht vol rozig goud om de nalaaiing van de zon, op het land dreef een mistigen damp. Het was frisscher geworden, de avondkoelte streelde haar gelaat.

Weldra werd de stilte verbroken door het geluid van een dansorgel. Daar lag de doodenakker omsloten in zijn baksteenen muren, en verder lagen aan weerszijden de uitstallingen der steenkappers, die met grafzerken te maken hun brood verdienen. Boven op de viaduct zag zij even den lichtgloed der stad, beneden het water der vesting, dan de poort door, ging het langs de verlichte straten.

Zij stapte af in de Nationalestraat, wandelde traagjes naar huis. Het was hier vol leven en beweging, vol zondagsmenschen die te kijken liepen,langs de winkelramen vaneen groot magazijn, naar dameskleederen, stoffen en toiletartikelen. Groote electrische lampen wierpen een helder schijnsel op de