is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII

Op Kerstavond lag de donzige sneeuw te glinsteren in de stille straat. Van 's morgens vroeg had hij neergedwarreld, grillig stuivend met veertjes en pluisjes, plots aanjachtend met zware vlokken. Lusteloos had Tille de kinderen zien stoeien onder het blank gewriemel, dat alom neersloeg. Zoo had zij ook eens geravot en gejoeld in de verre jeugd, die haar nu een droom scheen. Zij dacht er maar liefst niet aan terug aan wat voorbij was, en wat haar maar grieven kon. Maar een echt kerstmisweer was het — sneeuw, overal sneeuw, op daken, tegen ramen en vensterkozijnen, op wegenis, op uithangborden. In den namiddag kwam het plots in haar op kerstmisavond te vieren. Het zou zoo gezellig zijn te feesten rond den lichtboom, terwijl men het buiten eenzaam wist in den witten sneeuwavond.

Vader zat in zijn leunstoel te soezen, liet zijn pijp telkens uitdooven. Hij