is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warrelden de vlokken uit den grauwbesloten hemel. Als eenig gerucht klonken de sneeuwbellen der paarden.

Zij kleedde zich, wierp het raam open. Een koude lucht drong binnen, klam en frisch. Nu door de straten loopen! De schitterende vlokken om u heen voelen slaan, op het gelaat voelen smelten ! Ja, dat wandelingsken deed zij gewis.

In huis was het erg stil. Line stommelde in de keuken. Ole had vroeg ontbeten en was reeds de baan op,naar God weet waar, hij had altijd wat te doen. De kostganger zat in de herberg een brief te schrijven.

— Vreemd dat vader nog niet beneden is, meende Tille.

— Ja, kind, gewoonlijk is hij er vroeg bij.

— Hij was gisteren niet al te best, Line.

— Daarom zal hij nu maar iets langer in zijn bed blijven liggen, hij heeft toch niks te verletten, laat ons maar koffie drinken.

't Werd later, maar vader kwam niet naar beneden. Tersluiks keken de vrouwen elkaar aan, maar geen van beiden zei wat zij dacht. Een voorgevoel beangstigde hen. Rond half elf kwam Ole