is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij zooveel van bloemen hield... en de kroon is van Ole en mij...

— Dank Line, dank Ole, wat zijt ge goed...

— Ja, kind, op ons moogt ge rekenen... wij hebben u zien opgroeien.

— Ik heb naar Rupelmonde geschreven, naar Oom Jan.

— Ja, Ole, maar... ik blijf liever hier, bij u en Line.

— Ja, ja, kom nu maar terug naar beneden, we moeten eten, gij moogt u niet ziek maken.

— Och !

Ja, kind, gij zijt jong... en mettertijd zal het wel beteren ! Kom, ik zal koffie zetten !...

Gedwee liet zij maar betijen, maar het eten wou niet door de keel. Gedrieën zaten zij in de huiskamer rond de tafel, elk met zijn eigen verdriet en gepeins. Beurtelings gingen Line en Ole de kamer uit, de trap kraakte telkens wanneer zij naar het lijk van hun ouden baas gingen kijken.

Tegen achten kwam de pianomammesel aankloppen, en zat een tijdje stil naast Tille. Zij vond geen woorden van troost, was erg neerslachtig. Dan ging zij weer maar stil heen, om ergens in de buurt haar kostje te verdienen.