is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ea zij kon niet meer weenen. Line bracht haar het korfje met kaartjes van rouwbeklag. Samen lazen zij de namen van bekenden en vreemden. De rechtschapen Niels had veel vrienden geteld. Een kaartje hield Tille lang in de hand, dat van Walt Bremer. Met weemoed dacht zij aan haar vage verlangens en droomen,aan hun jeugd, aan het onderhoud in de herberg, en dan aan dat ontgoochelend visioen. Waarom had hij haar dat moeten aandoen ! En kwam hij nu weer, zij zou het pogen te vergeten, om weer goede maatjes worden als in hun argelooze jeugd, en aan niets anders denken, aan niets. Maar voor haar was dat geluk niet weggelegd,alles was tegenslag en triestigheid in haar leven.

Tille, niet droomen... het hoofd niet laten hangen. Nu alles voorbij is mag ik u wel zeggen, vader had als een voorgevoel van wat gebeuren moest. Hij heeft het mij gezegd op moeders sterfdag. Lang zal ik haar niet overleven, zei hij. Ge moet dan aan Tille zeggen, dat zij op mijn kamer moet zoeken in de schuif der kast, waarin het spaargeld ligt !... Hier zijn de sleutels, Ole gaf ze me om te bewaren.