is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar broeder was het niet voor den wind gegaan. Aangereden door een fietser, had hij weken lang in het gasthuis gelegen met een gebroken been. Zijn zuster had hem regelmatig bezocht. Mankend kwam hij naar de Stad Bergen gesukkeld, zorgeloos al wist hij van geen hout pijlen te maken. Men herkende hem haast niet, zijn baard had hij laten groeien, een peper- en zoutbaard, en hij was fel verouderd. Hij was zuiver gewasschen, zoo had men hem in jaren niet gezien, en Ole vertelde plagende wat moeite het gekost had om hem in 't bad te krijgen. Hij wist het van de non, de vent was bang van 't water, had tegengestribbeld tot men hem, half met geweld, had moeten onderdompelen. Ter wille van de oude kennis werd hij opgenomen tot hij in staat was zijn kost te winnen. Hij vond een betrekking als taalman en looper in een hotel voor landverhuizers. Steeds even jolig genoot hij van wat het leven hem bood, opgeruimd, zonder besef van droefheid noch bitterheid.

En de tijd snoerde dag aan dag met wisselende eenzelvigheid.

Oogenschijnlijk bleef alles bij het oude, en toch veranderde veel in de