is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wangedrochten aansluipen, ratten groot als herdershonden. Ros-grijs vlekten zij op de donkere rotsmuren ; in wreedronde koppen schitterden kwaadaardige oogen, en hun logge staarten stonden als dorre stokken overeind. Weer herbegon de vervolging, langs weerszijden en achterop in de gleuf. En hét pad was vol hindernissen. Haar voeten bezeerd, bezweet en ademloos, staarde zij in vertwijfeling aan het einde van het pad. Voor haar lag loodrecht de diepte van een dal, achter haar hoorde zij het aanhoudend geschuifel der vervolgers die naderden, naderden.

Geen uitweg dan de diepte, er was geen keus, want voor en achter haar grijnsde de dood haar toe. De ratten rookzij nu, een reuk van lijkbeesten,vlak nabij. Toen sprong zij in den afgrond.

Zij werd wakker voor haar bed, stram en stijf, gekneusd aan den pols en aan het hoofd. Haar rechteroog blauw gezwollen, had zij gestooten tegen haar nachttafel in den val, en geronnen bloed kleefde in haar blond haar aan het achterhoofd.

Menigmaal keerden de verschrikkelijke nachtdroomen weer, waaruit zij