is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed te aarden, daarbij hij werd oud en voorzichtiger. Deze betrekking mocht hij niet verliezen, want dan was het met hem gedaan, dan was hij nog slechts een oude vagebond, rijp voor Hoogstraeten. De Polen en Hongaren, de uitwijkelingen, werden door iedereen bedrogen en bestolen, vertelde hij, maar hij zag er geen kwaad in,vond het danig natuurlijk. Zij zaten immers vol ongediert en stonken naar knoflook ! Hun logement was een vuile boel waarvan hij, ja hij, George, vies was. En smerig eten ! Het vee verdiende niets beter,was zoo dom,zoo dom ! Zij lieten zich uitbuiten doorde logementhouders, hun landgenooten ; lieten zich afzetten door schacheraars, door wisselaars, door kwartjesvinders. Maar dat ras was gedwee en onderworpen, was zeer bijgeloovig.

Werkslaven waren het, herkenbaar aan hun eigenaardige kleederdrachten, de mannen hadden vreemde mutsen, de vrouwen bonte doeken op den kop. Soms in 't midden van den zomer droegen zij nog hun lange mantels, uit schapenvacht genaaid. Ook de vrouwen droegen laarzen, ruwe stevels, en zij sleurden den onmogelijksten huisraad mee naar het verre land.