is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegenheden om hun dagen te vullen. Bonmama zat onafgebroken Melanie op de hielen, de meid die reeds, toen ik een kind was, met toewijding haar werk deed. Het wantrouwen van Bonmama was nooit verminderd, doch Melanie kende het klappen van de zweep en ging haar gang. Op tijd en stond preutelde zij tegen en bedreigde heen te gaan. Alles bleef steeds zooals ik het immer gekend had... Bonmama had werk met winkelier, brouwer, beenhouwer en waschvrouw,droeg steeds een stofdoek in haar zak en viel 's avonds in slaap bij het lezen van het stadsnieuws. Bonpapa knutselde* aan sloten, timmerde en verfde vogelkooien en overbodige dingen. Hij verzorgde zijn distelvinken en kanaries, rommelde in zijn wijnkelder, ging wandelen met zijn hond en las en herlas Victor Hugo en Dumas père. En de jaren brachten geen verandering in de gewoonten, in de prettige verstandhouding tusschen man en vrouw. Het was, alsof door elkaar beter te kennen na jaren gelijkmatigen levensomgang, de twee oudjes nog nauwer aan elkaar gehecht waren, en zij wederzijdsche zwakheden vergoelijkten. Met verteedering spraken zij van hun jeugd, van hun samen leven en samen lijden. Het leven was schoon geweest, ondanks het vroeg verlies van hun eenige dochter, omdat hun liefde sterk was die alles hielp dragen. Het waren schoone, inschikkelijke, edelmoedige menschen. Hun grijze haren waren nooit een beletsel om elkaar hartelijk en warm te kussen. Elk deed zijn eigen zin, maar nooit was dit verlangen tegenstrijdig met het inzicht van de andere.

Zekeren dag sprak Bonpapa met een monkelend-wijs gezicht aan tafel:

— Ge moet het maar vinden! Ik heb het gevonden...

— Wat, vroeg zijn vrouw?

We gaan een balkon aan het huis laten bouwen...