is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rompen stegen in het Oude Dok. De natiewagens met hun prachtpaarden haalden de vrachten af, de kalanders zwermden in de straat en kleefden aan de ruiten, de machines der rijstpelderij naast onze woning dommelden, en ik genoot heerlijk van de bedrijvigheid.

Een voerman, een blonde, blozende vent, had mijn voorliefde. Geen zweep had hij.om zijn koppel schimmels te regeeren, maar zoete woorden en streelende handen.Ik wenschte toen niets liever dan evenals hij een vtferman te worden, en zoo mijn paarden te bedwingen. Een tweede, een norsche, rosse klant, vloekte integendeel en zweepte onbarmhartig.

Zekeren dag joeg hij zijn zweep kletsend over de schimmels die zijn weg schenen te versperren. In een oogwenk was hij zijn zweep kwijt en mijn blonde held ranselde den wreeden man... Het werkvolk stond lachend te kijken naar de vechters, maar niemand dacht er aan tusschen beiden te treden. Plots verscheen Niemandsverdriet. Hij raapte kalm de zweep op, zei iets, sleurde de rosse recht die zijn bloedneus probeerde te stelpen.

Agent-nummer-zeventien haalde geen proces-verbaalboekje te voorschijn, wees elk naar zijn wagen, brak de zweep stuk en wierp ze op een vuilnishoop, waar verschrikte musschen uit opvlogen. Hij wachtte tot de wagens afreden, haalde toen de schouders op en slenterde verder.

Voortaan bewonderde ik hem en vreesde hem tevens, want zijn goedige oogen had ik nog niet gezien.

Nooit zag ik hem houtsprokkelaars lastig vallen,nimmer de zuinige opruimers aanspreken die de restantjes steenkool op de kaai of de wagons hadden opgekeerd. Hij zag hen niet, zat hen niet na of verplichtte hen