is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stouwer uit het Klaverstraatje. Haast nooit dwaalden die kippen zoo ver af.

Plots schrok ik op. Een hond sprong rond in een kring van stuivende pluimen en jammerend gekakel.

Een hen lag voor dood op de keien en de moordenaar likkebaarde. De haan en zijn bende vluchtte trippelpootend, de haan met klapperende vleugels voorop. De doghond luisterde niet naar het dringend gefluit van zijn meester... Onthutst en zuur keek de man.

Het ging alles zoo vlug dat ik het nauwelijks volgen kon. De Hondenbaas was pas tot aan de poort der rijstpelderij, toen hij ingehaald werd door den verbolgen Stouwer.

De mannen keken nijdig, elk woord brouwde meer kwaad en de ruzie steeg zonder uitkomst, terwijl de witte doghond rustigjes naast zijn grijs - gespikkeld slachtoffer zat. Eindelijk geeuwde het grimmig beest, pakte de kip beet en sleurde haar voor de voetén van zijn meester, die haar opraapte en glad streek.

— Gij zult betalen, dreigde de Stouwer; een kieken dat alle dagen legt... drij frank.

Drij frank voor zoo'n ëoepkieken, misprees de

Hondenbaas, ik geef 'n frank vijf-en-zeventig en geen duit meer!

— Drij frank zult ge leggen... Ge moet uw hond maar bijhouden!

— 'n Frank vijf-en-zeventig! Meer is ze niet waard! Het is vel over de beenen en meer pluimen dan vleesch!

— Het is mijn beste legster!

— Dan beteekent heel uw kot niet veel! 't Is effenaf bedriegerij.

— Maar toch zult ge betalen!

— Nog liever trek ik 't voor den «juge».