is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de opgebroken straat lagen hoopen kasseien en kiezel.

Toen de Zwerver voor de derde maal, aangetrokken door den gloeienden brasero, voorbij den platgeloopen kiezel drentelde, waren de spelende kinderen verdwenen.

Nu zou hij zich ongehinderd kunnen warmen... Hij rilde in zijn langen soldatenmantel, hield met een hand zijn slap hoedje vast voor het geweldig stooten van den rukkenden stormwind.

Voor het vlammend vuur, onder een huisje van dwarsliggers en stutbalken, zat dik in kleederen gepakt de Waker.

Hij zat genoeglijk te soezen. Voor hem lag het gereedschap en de ijzeren staven. In de verte pinkte waarschuwend de groene lantaarn.

Plots stond de Zwerver voor hem en hield de verkleumde handen boven het vuur.

De Waker loerde nijdig naar den zoo vrijpostigen schooier, die zonder belet te vragen zich aan zijn open haard kwam warmen.Hij gromde,zoog vinnig aan zijn baardbranderken, trok zijn saaien sjerp vaster rond hals en kin, zijn pet met oorkleppen nog dieper op zijn voorhoofd. Zijn ongeduld klonk in zijn klompengetrappel.

Maar de Zwerver scheen de ontstemming niet te