is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Vastte hij?...

— Luizenbaard kroop dan in een schuur tusschen het hooi en sliep, sliep een maand of twee... Van den boer kreeg hij wat te drinken, kwam vermagerd te voorschijn en trok weer voort.

— Dat is goedkoop leven!

— Maar hij heeft het niet kunnen volhouden... Hij is gestorven een paar winters geleden... Luizenbaard kon het te Hoogstraeten nooit uithouden, hij hield te veel van zijn vrijheid.

— Heette hij Luizenbaard?

— Hij had geen naam... was nergens opgeschreven... noemde zoo maar een naam, en werd dan veroordeeld voor het opgeven van een valschen naam!

— Hoe kan dat, Marmot? .

— Weet ik het, hij was ongelukkig geboren en ketellappers hadden hem grootgebracht. Maar hij had geen naam! Maar naam of geen naam, werken of niet werken, wij moeten toch allemaal sterven.

— Ik heb altijd gewerkt, Marmot, tot ik niet meer deugde als kasseier en het postje van waker kreeg.

— Een goed postje, troostte de Zwerver.

Ja! Maar triestig zoo in den nacht moedermensch alleen zitten koekeloeren!...

— Ge hebt toch een lekker vuurken!...

Ja, thuis zou ik het niet hebben, — mijn vrouw is dood en in mijn logement wordt niet te veel gestookt. Ik ben altijd alleen, ook in den dag wanneer ik niet slaap.

Waarom hebt ge mij dan willen wegjagen van uw vuur ?

Och, Marmot, men kan alleman zoo maar niet vertrouwen.

Dat is waar, zei Marmot gevleid.