is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprong Fik voorop ; achteraan kwam Rie, steunend op de leuning, hij hijgde van ouderdom ; dan kwamen de gasten, buildragers en werklieden. Boven krijschte de sleutel in 't verroeste slot, en de deur draaide weg in de duisternis van den zolder.

— De vensters open, jongens, beval Rie, en van weerszijden Hapte nu dra het vale daglicht met vagen weerschijn over de opgestapelde dingen in het vertrek, verdringend de duisternis in de hoeken en tot tegen de zoldering, over de zakken lijnzaad, waar zij bleet als eene schemerende grieweling van plekken donker, en hangende, dwalende wolken van zwarte schaduw.

— Zie Fik zoeken, zei een der buildragers en zijn stem klonk gedempt in de kleine, ledige ruimte der kamer. Zie hem zoeken, er moet wat zitten, sinds maanden werd er niets meer aangeroerd.

Rie keerde, vergenoegd lachend, uiteenen hoek terug, eenen ouden bezemsteel in de hand, wijl zijn hond, boven op den hoop, half weggedoken in de schemering, zoekend snuffelde en krabbelde.

Het afladen ging aan gang ; de zakken, trapsgewijs hooger en hooger gestouwd, werden, éen voor éen, bijgesleurd, en door buildragers weggedragen. Met ijzeren haken