is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klampte men de baaltjes vast, sjorde ze neer en ze werden dan weggetorscht op de krachtige nekken van zwijgende mannen, die kwamen en gingen, met dofklinkende stappen, door de trapkast van den zolder verdwijnend. Rie stond als een jager te loeren, met oogen gewoon aan het donker, door de halve lichtheid die met flets schijnen binnendrong. Plots begon Fik versmoord te janken en met de voorpooten te scharrelen, vlak naast de werklieden.

— Daar, jongens, haastte Rie, daar moeten er zitten. De mannen sleurden de zakken weg en de hond sprong in het aldus gevormd hol, ging voort met grollen en huilen, zwaar-snuivend, vol verwachting. Weer sjouwde men wat baaltjes terzijde en nu stond Fik stil, geplant op sterke pooten, starend met groote glansoogen naar een uitgevreten gat in een der balen. Rie, aandachtig gebogen naast de werklieden, zag, langzaam en voorzichtig den zak omhooghalen.

— Daar moet er eene inzitten, keuzelde een, zie maar wat keutels... Nauwelijks had hij dit gezegd of, als een grauwe schicht, sprong eene rat over de zakken weg.

— Pak ze, Fik, gilde Rie. De hond, vlugger dan die woorden, was weggesprongen