is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring, zatener een twintigtal te luisteren naar de vertellingen die elk op zijne beurt voordroeg. Sommigen, de beenen lang uitgestrekt, anderen het hoofd of de kin op hunne hand steunend, enkelen scharlings op hunne stoelen, met korte pijpen of een pruim tusschen de tanden, slurpten ze bij poozen langzaam aan hunnen genever of spuwden groote vlekken op den grond, gelukkig in dien atmosfeer van huiselijke warmte. Nu en dan verdween er een om plaats te maken voor eenen anderen als zijn beurt van laden hem buiten riep, en de groep leek wel een kleurenpalet waar alles zich gedurig harmoniseert, in die naast-elkander-plaatsing van typieke jonge en oude kerels in hun versleten kleedren, diemiten broeken, blauwe kielen en zwarte petten.

Hun histories, de histories van eenvoudige aardmenschen, vol geloof en vooroordeel, oprechtheid en ruwheid werden de epossen van hunnen grond, gegroeid uit hun omgeving, een met hun eigen levenswenteling.

De verhaler was een korte, breedgeschouderde knaap met blauwe oogen ; zijn rosblonde snor overschaduwde zijn weligroode lippen die, altijd open, tusschen de spier-witte tanden door, wellustig 't leven