is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouder heengebogen, dringend, vol belangstelling.

— 't Is garnaat, meende een der snaken.

— Garnaat,... garnaat... wat kent gij van garnaat!... 't Is steur krab, zeg ik...

— Wat steurkrab !... ge zijt zoo precies 'ne steurkrab ; ge zoudt er geerne krijgen zeker, leelijke soebatter, mouwvager.

— Zwijgen, jongen, dreigde de andere, zwijgen snotneus, of...

— Mond dicht, riepen de jongens, maar steeds kijkend naar dc griewelende, veelpootige dingskens die nog wemelden van leven, en hun denken deden hoe snoeperig die garnalen zouden schijnen, dood en gekookt, in hunne rozige schachtjes met hun fijn gewapend, net snoetje, waarin de oogjes als speldepunten opzwarten.

De twisters zwegen, achteruitgeschoven tot op de laatste rei, naast de schelewiep en de zwingelkeet, wijl hun spits, met den kop over de voorste pooten gestrekt, te zeuren lag aan hunne voeten.

— Die zitten aan de lijken, begon de eerste twister weer opnieuw en blikte gewichtig naar zijnen tegenstrever op.

— Dat is waar, beaamde de andere, dat heeft mijn broêr met eigen oogen gezien... hij...