is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorhand van dien langen Zondag die hij op den zolder slijten zou, in die schemering die in hoeken en kanten wegvlood, onrustig vergrauwend in een gestadige verwijdering. Het gretig grabbelen in de duivenboonen, maïs, graan en kempzaad, onder aanlokkend fluiten in 't hok werpend met kleine handsvollen, om lang dat genot te hebben van te geven ; dan het geroekedekoe der dierkens die over en weer trippelden, uitvlogen en wederkwamen in een bonte men geling van vele soorten en kleuren.

Op den zolder, in 't half duister, stond hij een oogenblik stil, de oogen dichtgeknepen als om zich gewoon te maken aan het donker.

Dan richtte hij zich recht naar 't hok, opende het deurken... Ken Lchaam sprong naast hem weg, onduidelijk, viel neêr, sprong weer op en verdween door het dakvenster. Verward stond Julleken te kijken in de schemering naar die schaduw , tci ug getrokken, verschrikt, voelend dat er iets ergs moest gebeurd zijn, dan kwam hij tot bezinning, in eene plotselinge helderheid van geest zag hij heel het tafereel voor zich : een kat binnengedrongen, de slachting onder

zijn duiven.

Hij boog zich ver vooruit in 't hok, geheel