is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daan, wenschend dat de tijd maar dra mocht voorbijgaan.

Eindelijk Zaterdagavond. Zijn gezin, verontrust door zijn onheilspellend stilzwijgen, wachtte hem voor 't avondmaal. Sprakeloos ging het door, de kinderen wenschten hem «goeden nacht» en toen zijn vrouw hem verzocht te gaan slapen, antwoordde hij besloten : «Neen, ik ga...» en hij wees in de richting van den zolder.

Ze zag hem bevreemd aan, vreesde een uitbarsting van toorn en blies 't licht uit met de lijdzame onderworpenheid van een zwakkeling, gewoon bevelen te ontvangen. In 't donker strompelde Julleken naar boven, instinctmatig veel verwachtend van dien nacht.

Het maanlicht viel in een vaste zilvervlek door 't dakvenster op den grond. Hij opende het deurken, juist breed genoeg om hem door te laten, kroop in 't duivenhok.

Daar neêrgezeten opzijn knieën, ineen hoek waar hij zich nauwelijks weren kon, bleef hij loeren, standvastig, altijd den kijker in 't oog houdend. Door de traliekens zag hij een stukje lucht met twee sterren, van onder gezoomd met de daken der tegenoverstaande huizen die zich uiteenzetteden in den nacht tot reusachtige figuren.