is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgetrokken gelijk een ooievaar ; zoo leunend tegen de muur floot hij. Naast hem lag een kloeke loeder, vadsig en lui, languit op den grond, spelend met eenen valen, dikharigen herdershond, wijl een derde nog heel jong, neergehurkt een eindje gevonden sigaar rookte.

— Als het zoo voort gaat met misten dan zullen we vandaag vroeg kaartspelen, zei de vadsige loeder.

— Zie Jo Botersaus zich eens verweren, sprak de ooievaar, 't zal veel helpen, we moeten toch weg, en berustend floot hij voort.

— Die wijven, die wijven, besloot schuddebollend en bedenkelijk de neuswijzige rooker.

— Hoor eens, riep Vuil Gorneele luid, de handen met een snok op de vettige heupen plaatsend, zoodat de vlosse borsten wiggelden, hoor eens, ons gesjauwel helpt tot niets; we moeten maar rap zoeken wat anders te vinden, dat is al wat er op zit; weet ge wat, we zullen eens Kattetrees en Kattefien gaan spreken, die kunnen ons den besten raad geven.

— Ja, beaamde Zatte Lies, die hebben al andere zaken af te haspelen gehad ; die twee heksen hebben er de frim van om iets wit