is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te wasschen. Hoe hebben ze het niet in regel gebracht met die konijnen, die ze onder hun bed in eene kist hadden vetgemest, toen de politie kwam...

— Kom, kom, riepen de anderen en samen trokken ze nu het huizeken binnen, waar Kattetrees hen grommelend ontving. Ze schoven stoelen bij en plaatsten zich rond de kreupele tafel waarop eene steene koffiekan te pronken stond ; zij die geen plaats vonden, leunden tegen den schoorsteenmantel of stonden gerugsteund tegen het bed. 't Was een oogenblik stil; allen waren zwijgend als voor eene gewichtige bespreking, alleen de hangklok joeg, met langen zwingelenden slinger, heen en weer, heen en weer en tikte luid. Men hoorde dra het poezerig gespin van drie zwarte katten, en het ronken van het vuur in de ouwerwetsche stoove. Verfomfaaide plaatjes, eene Heilige Moedermaagd Maria, een St-Joseph, een gekruisigde Christus en het gekleurd portret van President Garnot, keken stroef vanaf de berookte, groengekalkte wanden.

Kattetrees en Kattefien waren twee zusters die men altijd te zaam geweten had; 't waren twee stokoude, spichtige wijfkens met grauwe, gerimpelde gezichten en sluwe oogen. Dag in, dag uit zaten ze aan hunne tafel, bij