is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongens speelden met de knikkers, krakeelden en vochten, de meisjes liepen zingend het straatje op en at, of wroetelden in de vuilnishoopen, bemorsten haveloos. Tegen den straathoek stond het nietdeugend tuig; ze treiterden de kleinen, ze bespuwend of stampend als deze hen onverwacht naderden. Door dat krioelend gewoel slopen enkele snuffelende, magere honden met vreesachtige lijven, of drentelden katten poezig-fier langs de muren.

't Was nu een scheierig rumoer in den grijzen dag ; boven het straatje, de lucht afsluitend, hing het grauwe waschgoed, bij poozen bewogen door eene windbui, over en weer vlaggend. Stilaan kwamen de mannen te huis, van uit de duistere, batsche slijkstraten die van de dokken hierheen voerden Vuil Lorneele stond ook op den drempel van haar huizeken te kijken, nieuwsgierig en manziek ; zij riep tot kreupelen Sander dat het toch maar gemakkelijk was als de man op zee voer, dan had men geen last van eten koken, geen beknibbeling te vreezen, men was vrij als eene jonge dochter. Met hun twee bleven ze staan tot elkeen te huis \\ as, al die mannen met hunne barsche gezichten en hun stoere, grove lijven. Daarna klopte Sander de asch uit zijn pijpken en