is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waagden op te heffen. Als om den dag nog meer glans en glorie bij te zetten, brak nu de bewolkte lucht open, en teertintend was de hemel, waaruit gouden zonnestralen in 't feestelijk, armetierig straatje vielen.

De orgelman en de harmonica vent kwamen. Aan den hoek der straat begonnen ze plechtstatig te spelen. De orgelman, een oud, grijs, verkneukeld ventje, draaide, draaide zijn kreunend orgelken, en de harmonicavent , een hinkende jonge baardelooze knaap, trok langgerekte klaagtonen uitzijn instrument, of joeg blije haastig-dansende klanken uit de pijpen. De wijven met de rokken zwaaiend, dansten de muziekanten te gemoet als om ze te verwelkommen : de oude, met verrimpelde perkamentgrauwe gezichten, met moeilijken gang en gebroken stemmen, anderen, met breede heupen — weelderig uiteengezet door het baren van veel kinderen — en schuddende zware melkborsten die de jakken deden barsten, over hun doorwerkte en ruw-hoekige gelaten lag gloeiend plezier te lichten; de jongsten, de losse maagden die nog niet baarden, dansten voorop, zonder schaamte. Hun rokken sloegen ze omhooge, de beenen soms bloot, strekten ze jolig voor zich uit, en in hun lijfgewieg was als een deinen van