is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen de velen die reeds voorbij waren... En wat rook dat hooi toch vreemd-bedwelmend ! Hij werd er bijna duizelig van ! Soms scheen het eene herinnering te brengen aan zondagen toen hij in het hooge gras had neergelegen, droomend van duizend dingen en van niets, turend in de lucht waar de duiven in heele vluchten voorbijdreven, naar het dorp toe, naar het dorp waar de klok van 'tkerksken maar immer luidde. Toch was alles heel vaag en ver : een terugdroomen van zijne jonge jaren, van zijn land en zijn werk daar.

Opnieuw begon hij te arbeiden, blootshoofds. Het losse hemd liet de borst bloot en zijne naakte armen spierden sterk in het omhooghefFen der busselen hooi, die hij met krachtigen stoot door 't venstergat wierp. De zon prikkelde hem het hoofd en het lijf. Zij doorpriemde heel zijn lichaam met zengende stralen en toch werkte hij voort, beheerscht door zijnen wil, wijl 't zweet hem langs de sterke lenden lekte.

In den morgen waren de voerlieden vertrokken, gezeten op de kloeke ruggen der natiepaarden ; krachtige pooten sloegen geweldig de straatsteenen, en de ruiters geleken wel aan de oude poorters van vrije steden die ten krijge voeren. De ruiters