is toegevoegd aan uw favorieten.

A. Rodenbach bij de studenten te Leuven herdacht op 12 februari 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze. Maar de zeden van een volk veranderen maar met de geslachten, want zoo do knaap is, 7,00 de man; en zoo de man, zoo het volk.

En daarom is vooral door zijn wei-ken op het knapenscliap, de verschijning van Albrecht Rodenbacli een heilzonnedag geweest voor ons Vlaanderen ; want nu mogen ook wij in blij^lieid uitroepen : we waren bijna stervende en ziet we leven !

Rodenbach is gekomen als een zonnekind : hij droeg in zijn hand den tooverstaf der kunst en uit zijn mantel waaide, waar hij ging, de liefde voor waarheid in denken en doen. Hij kloeg over valschzijn en laagheid en streed onvermoeibaar voor het levensrecht van zijn volk. Groote menschen vermaanden liem wellicht dat hij te jong was en zijn toekomst vergooide, die de toekomst moest zijn van een koningszoon. Maar achter zijn rug stond de beroemde leermeester Hugo Verriest, die de jonge vleugelen van dien geest aan 't klappen had gezet en zich vurig verblijdde over de ongewone draagkracht, en met zijn innig fluisterende stem blies Verriest in Rodenbach's oor : gaat, mijn jongen ! En Rodenbach ging vol vertrouwen. Hij ging langs de straten, en de knapen, zijne broeders, volgden hem. Op enkele plaatsen stonden ze al in schare als hij kwam, maar velen bracht hij erbij.

Hij zette ze in gelid, hij gaf hun een vlag, een lied en een ordewoord, zijn asem joeg hen op 't lijf de koorts der bedrijvigheid. Ze waren met honderden, en duizenden zouden nog achteraan komen... Maar de dood was op zoek naar den hoofdman en, ach, ze vond hem. Ei! Had hij nu eens gewacht op zijn mannenleeftijd om ten strijde te varen ! Nu, groeit zjjn leger immeraan en trekt altyd vooruit met zijn naam in zijn vlag, met zijn lied in den mond, met zijn geest over hem : 't is een kruistocht geworden van kinderen. Ik zie aan hun arm het schild van een levend geloof, hun hart is geharnast in heilige liefde, ze gaan