is toegevoegd aan uw favorieten.

A. Rodenbach bij de studenten te Leuven herdacht op 12 februari 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die nederige boerenhoven en werkmansbuizen die hij zoo wonderbaar beschreven heeft en waar hij, zoo jong nog,

« vluchtig hoorde zingen De poëzie die schuilend leeft in alledaagsche dingen ».

De droeve reize was ten einde; de wagen stond voor vaders huis. Ik nam hem weêr in mijn armen en droeg bij zijne ouders hun dichterlijk kind.

Bitter rolden onze tranen, en, gelijk hij mij in den heugelijken avond als dichter geboren scheen, zoo stierf hij mij als 't ware weg bij 't afgeven aan dezen die hem gewonnen en gewiegd hadden en nu zouden plegen in liefderijke zorge, gedurende de korte dagen die hem nog, onder last en lijden, overbleven. »

't Is in den gevel van het huis waar Albrecht Rodenbach zijn krachten heeft voelen ontzinken en waar hij zijn droomen en streven voor 't heilig Vaderland heeft — o bittere kelk ! — moeten vaarwel zeggen, dat gij, Vlaamsche Jeugd, geschaard onder de waaiende vanen van alle Vlaamsche Gouwbonden, een gedenksteen van arduin met gulden letter hebtingelascht, zinnebeeld van Adel en Duurzaamheid, zinnebeeld van des jongen dichters geest en werkzaamheid.

Het voortbestaan, langover hetleven weg, van woord en werk en invloed, is de toetssteen der kracht en der weerde eens mannes. Wie voortleeft vereerd doorzijn volk door de tijden heen, is in zijn doen en denken en streven de hooge tolk geweest van de ziel zijner stamgenooten.

Zoo staan te Brugge, voor den trotschen Halletoren, twee bronzen mannen uit het lang ver-