is toegevoegd aan uw favorieten.

A. Rodenbach bij de studenten te Leuven herdacht op 12 februari 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet anders is men gevaren met het latijn der middeleeuwen. Kerk en Staat spraken en schreven uitsluitend latijn; de taal van het volk en kende geen schrift. Buiten een klein getal godsdienstige Hymnen en Prosa's, wat van weerde blijft er over van die latijnsche letteren? En ziet, de heerlijkste dichters zijn overal uit den grond geschoten van den oogenblik af dat de volkstaal — de taal van het volk, van het cliet, het dietsch voor ons — is in eeren gekomen. Dante in Italië, van Maerlant in Vlaanderen en zoo talrijke minnezangers in Frankrijk en in Duitschland.

Dit zijn onloochenbare, onweerbare daadzaken en onweêrlegbare bewijzen dat de Vlaming in zijn eigene taal, en niet in 'tGrieksch, 't Latijn of het Fransch, tot kunst, kracht en weerde kan gedijen. De menschelijke natuur verandert immers niet in een zoo korte spanne tijds.

Den Vlaming zijne taal verweren is een wraakroepende aanslag op de ziele zelf van eenen volkstam begaafd onder allen, en die, sedert eeuwen, alle andere volkeren met kunstschatten overstort heeft en overladen.

Toch wordt die strijd voor de moedertaal van • dag tot dag scherper en dreigt in het hert van den Vlaming een erge wonde te slaan. Ongetwijfeld zal, spijts alles en alles, ons recht zegevieren, want tegen de grondgevoelens van het menschenhert is het kwaad strijden. De stroom van het volksgevoel stijgt altijd hooger en hooger en breekt op den duur de sterkste dammen.

Mijn hope en begeerte en, mag ik het zeggen, mijn stil vertrouwen is dat welhaast een dag van vrede zal komen, waar de overheden van onze opleidingsgestichten den Vlaming, die ten allen tijde den godsdienst zijner vaderen zoo