is toegevoegd aan uw favorieten.

Liederen en gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leelijk Lotjen.

Zangwijze : Zeg mij, waartoe dient dat dan ?

(Wittock).

Bij Metante woonde een nichtjen, dat — geloof ik — Lotjen hiet.

Had het kind geen lief gezichtjen,

braver hartjen vond men niet.

Maar de jongens onzer dagen zijn van aard zoo wuft en slecht !

Niemand kwam het meisjen plagen,

en er zag geen scheele recht !

Nergens mocht de vedel klinken,

of ons nichtjen was aldaar ;

maar zij had al wel te pinken,

niemand sprak een woord tot haar.

Bitter schreiend sloop zij henen gansch alleen naar huis, en dan viel de moed haar in de teenen...

Nooit geraakt zij aan den man !

Vastenavond was gekomen :

Lotjen deed een masker aan.

Seffens werd zij meegenomen,

en zij mocht aan 't dansen gaan.

Maar, o spijt, toen ze onder 't jokken,

zorg- en achtloos als een kind,

't masker had omhoog getrokken,

vlood haar danser als de wind !