is toegevoegd aan uw favorieten.

Liederen en gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter Gelegenheid v>an het Banket den Heer Conscience aangeboden

vóór zijn Vertrek naar Kortrijk.

Op mijne beurt, wil ik een woordjen wagen. Mijnheeren, gunt mij, voor 'nen stond gehoor.

Mijn liedjen zal, ik hoop het, u behagen,

al zing ik met zoo 'n heesche stemme voor. Het onderwerp is oud en doodversleten,

en mij ontbreekt Van Rijswijcks dichtervonk ;

maar 't refrein ten minste is goed, te weten : De roomers vol ! der toekomst deze dronk !

Ik zeide droef : Wat baat het dat wij strijden ? Ons volk is 't oude Vlaamsche volk niet meer ;

het fier geslacht van Arteveldes tijden is dood voor goed : herleven zal 't niet meer !

Ik bad vaarwel aan mijne vrijheidsdroomen,

toen mij de stem der hoop in de ooren klonk :

Waarom gezucht? de groote dag zal komen!... De roomers vol ! der toekomst deze dronk !

Zoo als een stroom, die 's winters vastgevrozen de jeugd der streek op de effen bane torscht,

zoo waant men 't volk in eeuwgen slaap verloren, en plaatst het vrij de hielen op de borst.

Maar, om het nat als vroeger te doen vloeien,

behoeft er slechts een warme zonnelonk...

Het volk ontwaakt : ontschakeld zijn de boeien : De roomers vol ! der toekomst deze dronk !