is toegevoegd aan uw favorieten.

Liederen en gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegenspraak.

Naar Ida von Duringsfeld.

Gij hebt geglimlacht, toeri gij heentoogt ;

mijn hart en deed daarom niet zeer, —

met u niet zijn verwekt geen lijden. —

Toch zag ik u zoo gaarne weer.

Wat u beweegt, dat is voor mij niet ;

en zonder spreken gingt gij voort. —

Ik ook, ik had u niets te vragen...

Toch hoorde ik weêr zoo gaarne uw woord.

Ik beef niet, als ik u aanschouwe;

ik ben verheugd noch voele pijn;

mijn hart is stil, wanneer gij daar zijt. .

Toch zou ik gaarne bij u zijn.

Almanak voor Jan en Alleman, 1859, bl. 40. De Grondwet, 14 November 1867.