is toegevoegd aan uw favorieten.

Liederen en gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koffielied.

Het Gersten heb ik steeds geprezen,

het Leuvensch valt in mijnen smaak, den Bruinen drink ik met vermaak, en de Uitzet mag er stellig wezen ; met Faro, Beiersch, Porter, Ale, verfrisch ik gaarne mij de keel, en, zit mijn buidel vol vijffranken, zoo vul ik, zingend, mijnen nap met rood of gulden druivensap — Mij smaken allerhande dranken :

maar boven allen spant de kroon de zoete drank der mokaboon !

Den koffie laat ik voor de vrouwen,

zoo roept een logge brouwer fier : ons mannen, past het sterke bier, dat wij niet voor de ganzen brouwen ! — Een dokter vat me bij den kraag : De koffie deugt niet voor de maag... Een giftdrank is 't, die, traag, maar zeker, al wie hem lust ten grave leidt... Zoo doe veel liever mij bescheid met helder water in den beker !

Ik echter roem, op blijden toon, den zoeten drank der mokaboon !