is toegevoegd aan uw favorieten.

Liederen en gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gonzen mag de bie, de guldene,

gonzen mag wie honing voortbrengt — waarom gonst ook gij, o vliege?

Waarom smijt men mij ter zijde?

vroeg de leem eens aan het goud : ben ook ik niet geel van kleur ?

Nijd — o mos, gij klampt u zelfs aan geborstene muren vast !

Looft den pauw niet, anders laat hij seffens zijne stem u hooren.

Sneeuwdicht schoeisel moet gij u schaffen, eer 't begint te sneeuwen.

Kan de dwaas den steen niet leeren drijven, zee, op uwe baren,

seffens wil hij ook de veder leeren zinken naar den bodem.

Nooit verlaten is de wijze,

eenzaam wandelt nooit de schrandere eenzaam nimmer de verstandige; hem verzeilen immer wijze plannen, schrandere raadsbesluiten en verstandige gedachten.

Toekomst, i8Ó2f-i863, bi. 351