is toegevoegd aan uw favorieten.

Liederen en gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan Maecenas

Horatius' brieven, I, 1.

Maecenas, wiens name mijne eerstlingsverzen versierde, wien ik mijn laatste gedicht zal wijden met eendere geestdrift,

zeg, wat noopt er u toe, mij, oude, terug in het strijdperk, waar ik het vrijheidsteeken alreeds mocht winnen, te

[roepen ?

Moede Vejanius hing aan den tempel van Herkules

|helm en

wapen, en leeft nu verre van 't steedsche gewoel en de

| kampplaats,

waar de afnemende kracht zijns arms hem den hoon des

| gepeupels

bloot mocht stellen en schande ! hem dwingen

[verschooning te vragen ! 'Tzelfde verkies ik te doen en het oor goedwillig te neigen naar de inwendige stemme, die spreekt : « Ontlast het

[veroudrend

ros van zadel en toom, dat het niet, al hijgend naar adem, nedergestort, daar ligge ten voorwerp wreeder bespotting! »