is toegevoegd aan uw favorieten.

Die Wurzeln der kapholländischen Volksüberlieferungen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blanken invloed gehad (hoofdst. V). Ontkennend is het antwoord niet; de oorspronkeiikheid en de rijke verbeeldingskracht der Hottentotten die uit hun „Diere Stories" blijkt, hebben waarschijnlik er toe bijgedragen om de Boeren, die in hun jeugd gretig naar de outa's en aja's luisterden, tot goede vertellers te maken; de folklore van de Boesmans en het sombere bijgeloof der Kaffers zullen de algemeen menselike vrees voor onbekende machten vergroot hebben. Het is niet de schuld van de schrijver dat dit hoofdstuk wat heel kort (blz. 183—191) is uitgevallen. Er lag, toen hij schreef, nog heel veel onverwerkt materiaal, afkomstig van Dr. Bleek en zijn schoonzuster Dr. Ltjct Lloyd, in de Bibliotheek te Kaapstad •); ■ zelfs de veel meer bestudeerde fabels der Hottentotten zijn nog nimmer systematies vergeleken met de overeenkomstige Europese vertelsels die de kolonisten van vroeger en later tijd naar Afrika kunnen gebracht hebben. — Het laatste hoofdstuk van het boek behandelt de taal, als voertuig van de letterkunde, en de middelen waardoor de litteratuur wordt verbreid (verenigingen, tijdschriften, bibliotheken en boekhandel).

Ik zie geen kans om aanvullingen van enige betekenis tot Dr. Besselaae's bibliografies overzicht te geven. Het komt mij voor dat het vrij wel volledig genoemd kan worden. Hier en daar had ik graag wat meer biezonderheden omtrent belangrijke boeken vermeld gezien; zo had er de aandacht op gevestigd kunnen worden dat het interessante boek van Mentzel, indertijd door Prof. de Vbeese te Berlijn ontdekt, buitengewoon zeldzaam is. Ik geloof niet dat een enkele bibliotheek in Nederland het bezit; prof. du Toit toonde mij indertijd een eksemplaar dat hij met moeite in Duitsland was machtig geworden. Ook ontbreekt bij verschillende boeken de opgaaf van de plaats, en soms ook het jaartal, van de uitgave, iet* wat vooral in de toekomst lastig kan zijn daar Dr. Besselaab's boek ongetwijfeld als punt van uitgang zal dienen voor verdere onderzoekingen.

Van de ruim 500 werken die Dr. Besselaab heeft besproken zijn er slechts zes die hij niet in handen heeft kunnen krijgen. Uit die cijfers blijkt reeds dat we de vrucht van een zeer langdurige studie voor ons hebben; uit de wijze van beoordeling, die zich onderscheidt dooreen streven naar objektiviteit en naar waardering van wat onder ongunstige omstandigheden beproefd is, kan men opmaken dat de schrijver getracht heeft iets blijvends tot stand te brengen. Ik geloof dat hem dat gelukt is. Leiden, Mei 1914. D. C. Hesseh*g.

1) Eerst in 1911 verscheen, te Londen, Bleek and Lloyd, Specimens of Bushman folklore.