is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man was. Vooral het gedicht op de instelling van de Broederschap van het Heilig Sacrament is in dit opzicht kenschetsend. De Swaen verheugt zich in de stichting van deze broederschap,

... Geschickt om Godt op aerd te loven,

Ghelyck den Seraphyn doet in des Hemels Hoven (1).

Eene dergelijke inrichting was voor Duinkerke een behoefte, De Swaen betoogt het :

Een kamerspeelder doet by hem veel volck vergaeren,

En Christus onzen Heer, als hy by siecken gaet,

Vindt qualyck die hem wilt verzeilen over straet.

Dit heeft men noch met rouw ghesien voor weynigh weken

Eer dat men heeft begost van 't Broederschap te spreken (2).

Nu de Broederschap bestaat, zal dat alles beter gaan. Wij vernemen met lal van bijzonderheden hoe voortaan te werk gegaan zou worden bij eene berechting.

Hiertoe beginnen sigh de Borgers te bereyden,

Die konnen van de kerk geheel den dagh niet scheyden;

Dees maenen de ghebuert, die sorgen voor het licht,

Dees melden Godes lof met Psalmen en Gedicht.

Men siet'er andere vol vyerigheyt, verlegen,

Op dat den Priester sou gedeckt zyn voor den regen,

Terwyl men met de bel elck een indachtigh niaeckt,

Dat onzer Zielen vorst en Bruydegom ghenaeckt (3).

De Swaen eindigt dit gedicht met een oproep om de pas gestichte Broederschap met geld te steunen. De laatste verzen zijn stellig meer christelijk dan dichterlijk :

(Jezus) stelt den armen mensch al zyne gaeven open,

En sult gy uwe beurs voor Hem niet eens ontknoopen (■*) ?

(*) Zedelycke Rymwercken, blz. 130.

(2) lbid., blz. 131.

(3) lbid., blz. 131. (*) lbid., blz. 131.