is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoogst waarschijnlijk worden hier Zeeuwsche en Engelsche matrozen of reizigers bedoeld, die tijdelijk in de Duinkerksche haven verbleven.

Onder de vaste bevolking van Duinkerke bevonden zich immers geene protestanten meer, vermits Lodewijk XIV ze in 1664 uit de stad deed verbannen, « afin d'en déraciner enlièrement 1'hérésie (*) ». Daar de stad vroeger aan de Engelschen behoord had, waren de protestanten er tamelijk talrijk geweest.

De meeste vrienden en bekenden van De Swaen behoorden tot den geestelijken stand. Den eerwaarden heer Jan van de Knocke, kapelaan en vader der Augustinessen te Duinkerke, herdacht hij bij zijne uitvaart in een Vreugde-Sangh (2), waaruit blijkt, dat beiden vrienden waren. De eerwaarde broeder J. Coolsael, uit de priorij der predikheeren le Winoksbergen, later leeraar in de godgeleerdheid te Rome, stond ook mei den dichter in goede betrekking, zooals blijkt uit een Zegenwensen (3) door De Swaen aan Coolsaet opgedragen. Tot De Swaen's bekenden behoorde nog de « deughtryeke en godtminnende » jonkvrouwe Isabelle Govaers, aan wie hij ook een Zegenwensen (*) opdroeg, toen ze hare « belofte sloot in den vrederyeken hof van de H. Begga », te Mechelen.

Onder de leeken met wie De Swaen le Duinkerke verkeerde schijnt de drukker P. Labus eene gansch bijzondere plaats ingenomen te hebben. Labus noemt zich zelf een « herte-vriendt » (§) van De Swaen. In de Kamer van Sint-Michiel moet Labus een der voornaamste leden geweest zijn. Hij schreef al eens een vers (6) en bekleedde naast zijn drukkerschap nog de waardigheid van « verlaelder » zijner « Doorluchtige Hoogheyd den Opper Admirael van Vrankryk » (7). Bij De Swaen's dood werden lofdichten

(1) Faulconnier, Description historique de la ville de Dunkerque, VII, blz. 71.

(2) Hs. van het Comité flamand de France (I), n' 19.

(3) Idem (I), n' 15. (*) Idem (II), nr 15.

(8) Zedelycke Rymwercken. Slotreden.

(6) M. de Swaen, Zedelycke doodt van Keyser Carel. Duinkerke, P. Labus 1707. Liminaria.

(7) J. de Royter, Nieuw Liedt-boeck... den Maegde-krans, enz. Duinkerke, Approb. 1712, P. Labus. Titel (cf. Annales du Comité flamand de France, l8o3, blz. 41).

3